Reis- en vogelverslag Ecuador en de Galápagoseilanden 2005


Ecuador

21 Daagse rondreis door Ecuador en de Galápagos Eilanden van 21 maart t/m 9 april.
Evenals onze reis naar Indonesië boekten we ook deze reis bij FOX. Dat doe je alleen maar als de vorige reis je goed bevallen is. Een van de redenen om naar Ecuador te gaan is natuurlijk de verlenging naar de Galápagos!

Kaart van Ecuador (Lonely Planet)

Maandag 21 maart brengt Dennis Phillippi, een vriend van de familie, ons in de avond naar Schiphol. Een relaxed begin van de reis! Om een uur of negen worden de tickets uitgereikt door een FOX medewerksters en kunnen we inchecken. Na het gebruikelijke winkeltjes kijken, kopje koffie, rondslenteren en pilsje drinken, is het om 22:25 uur boarding-time. Onze Mc Donnell Douglas MD11 van de KLM staat al klaar. Om ongeveer half twaalf vertrekken we voor een vlucht van een kleine tien uur naar Bonaire. (Na een half uurtje is het al dinsdag 22 maart! Zo’n eerste "dag" is wel heel snel voorbij!) Op Bonaire kunnen we even de benen strekken en iets drinken. De vlucht naar Guayaquil duurt zo’n twee en een half uur. Hier hebben we alleen een stop en vertrekken om 8:30 uur locale tijd voor het laatste half uur naar Quito. Daar worden we opgewacht door onze reisleidster Evelien en de chauffeur Gorge. Om 10:30 uur kunnen we ons even wat opfrissen op onze kamer in Hotel Reina Isabel in het centrum van Quito. Al snel vertrekken we naar de oude koloniale stad met veel prachtige kerken en gebouwen. Het is dan ook niet voor niets uitgeroepen door UNESCO tot Cultureel Werelderfgoed. Lekker buiten, op het terras van Restaurant Tianguez, gelegen aan de Plaza de San Francisco gebruiken we de lunch. De ligging van Quito, op zo’n 2800 meter zorgt voor een lekker temperatuurtje. Aansluitend bekijken we verschillende kerken van buiten en van binnen en bereiken al wandelend het onafhankelijkheidsplein. Nog even een kijkje bij de schildwachten van het werkpaleis van de president. Dan gaan we met de bus heuvelopwaarts, naar de boven de stad uittorenende Maagd van Quito. Van hieraf heb je een prachtig uitzicht over de stad. Om een uur of half vijf zijn we weer terug bij ons hotel. ’s Avond krijgen we een welkomstdiner aangeboden. Niet te laat naar bed, want we hebben nog wat slaap in te halen.

Het kolossale monument op de "oude" evenaar.
Het kolossale monument op de "oude" evenaar.
Woensdag 23 maart staan we om 6:30 uur op en vertrekken een kleine twee uur later met de bus naar onze laagst gelegen bestemming Puerto Quito. Na ruim een half uur rijden bereiken we Mitad del Mundo ofwel de evenaar. Te herkennen aan een groot monument. Wij rijden echter een klein stukje verder naar het museum Inti Ñan. Hier bevinden we ons bij de echte evenaar. Evenals op Sumatra is hier de juiste plaats met GPS berekend. Van hieruit zie je op 150 meter afstand het monument staan. Het museum is echt een bezoek waard. Tijdens de rondleiding krijgen we bijvoorbeeld te zien, dat het draaikolkje in een wasbak, op het noordelijk halfrond net andersom draait als op het zuidelijke halfrond! Ook wordt aandacht besteed aan leven en gewoontes van de vroegere Indianen. Tegen half elf rijden we verder en bereiken, met alleen een koffiestop onderweg, om twee uur Hotel Cabañas del Rio. Het zijn leuke, heel eenvoudige huisjes, mooi in het groen gelegen aan de rand van het tropisch regenwoud. Na de lunch hebben we tijd om even te relaxen. Tegen vieren vertrekken we naar een cacaoboerderij. Met onze hulp wordt het gehele proces vanaf het drogen tot en met het nuttigen van de chocolade doorlopen. Na zessen zijn we weer terug bij het hotel en is het tijd voor een biertje op het prachtig gelegen terras. Na het diner volgt er nog een lesje Salsa!

In de Finca de Frutas Tropicales vindt men naast fruit ook bijzondere bloemen.
In de Finca de Frutas Tropicales vindt men naast fruit ook bijzondere bloemen.
Donderdag 24 maart blijven we in de buurt van Puerto Quito, dus geen lange ritten. Om half zeven ben ik op om een beetje te vogelen. Vanwege de weelderige begroeiing meer te horen dan te zien! Na het ontbijt rijden we naar een "Finca de Frutas Tropicales", een soort boomgaard waar allerlei tropische vruchten groeien. We zijn al voorzien van goed passende laarzen voor de vaak modderige ondergrond. De eigenaar leidt ons rond en laat ons de diverse vruchten zien en proeven. Vaak wordt ik echter afgeleid door vogelgeluiden, vlinders of mooie bloemen. Om half één zijn we weer terug bij het hotel, waar we zullen lunchen. Om een uur of half drie rijden we naar het beginpunt van een schitterende wandeling naar "Laguna Azul". Via een soms erg modderig pad komen we om half vier bij een watervalletje. Over erg glibberige stenen moet eerst een riviertje worden overgestoken. Vooral niet uitglijden, want met een laars vol water loopt het niet prettig! Enkelen van de groep haken af en wandelen terug. Na een uur stijgen en dalen komen we bij de beloofde Lagune met waterval. Hier mag gezwommen worden. Bert en ik hebben daar geen behoefte aan en besluiten samen op ons gemak terug te lopen. Onderweg begint het een beetje te regenen, maar met regenjack en paraplu weet ik me droog te houden. We voegen ons bij het eerste groepje en wachten op de zwemmers. Als de groep weer compleet is krijgen we nog een demo suikerriet persen te zien en de drank te proeven. Om zes uur zijn we terug en is het weer tijd voor het terras! Na het diner is er een workshop, ringen maken van palmnoot. Deze is al gezaagd, maar er moet hevig geschuurd en gepolijst worden. Het resultaat is dan ook echt mooi. Als we om elf uur naar het huisje willen hoost het van de regen! We krijgen per stel een paraplu mee, maar voor ons huisje staat een enorme plas water. Ik weet met een omweggetje redelijk droog aan te komen.

Vrijdag 25 maart verlaten we na het ontbijt de jungle voor een rit door het Andes-gebergte naar Otavalo. Na een koffiestop passeren we de evenaar en rijden door tot lunchtijd om half één. Om twee uur rijden we verder en maken nog een fotostop met mooi uitzicht op de vulkaan Imbabura. Bij vertrek stappen er twee aardige Indianenmeisjes de bus in. Ze zingen een liedje voor ons en proberen hun handelswaar te slijten. Even verderop stappen ze weer uit. Om vier uur komen we aan bij het op 3000 meter hoogte gelegen kratermeer van de vulkaan Cuicocha. Hier staat een boottocht op het programma. We moeten een beetje geduld hebben, want ook de plaatselijke Indianen vinden dit een leuk uitje! Gehuld in zwemvesten maken we een tocht om het eiland, dat midden in het meer ligt. In het meer tref ik enkele meerkoeten, die het op deze hoogte best naar hun zin lijken te hebben. Tegen zessen komen we aan bij Hotel Otavalo, een mooi koloniaal hotel. We spreken af het diner te gebruiken in een goed Italiaans Restaurant. Onderweg worden we opgehouden door een processie voor de Goede Vrijdag. Ze weten er daar een echt feest van te maken. De moeite waard om het avondeten een uurtje uit te stellen. Om half elf gaan we terug naar het hotel en verdwijnen in bed.

Door de Indianen wordt thuis de fleurige stof geweven.
Door de Indianen wordt thuis de fleurige stof geweven.
Zaterdag 26 maart lopen we om zeven uur, nog voor het ontbijt, naar de plaatselijke dierenmarkt. Gemakkelijk te constateren dat we op de juiste weg zitten, want we zien onderweg allerlei Indianen, die duidelijk van de markt komen. De één met onder elke arm een kip, de ander met een varkentje op de rug of aan een touw. Erg leuk om er wat rond te wandelen of het geheel rustig van bovenaf te bekijken. Om acht uur lopen we terug naar het hotel voor het ontbijt. Aansluitend bezoeken we de Poncho Plaza. Een heel fleurige markt. Zowel de kleding van de Indianen, als hun koopwaar, bestaande uit stoffen, poncho’s, tasjes, sjaals enzovoort. Om elf uur drinken we wat op het terras van Restaurant Buenavista. Daar het terras op de eerste verdieping ligt, heb je een goed uitzicht op de markt. Mooi plaatsje om ook te lunchen. We zorgen ervoor op tijd bij het hotel terug te zijn, want om één uur vertrekken we voor een tocht langs verschillende Indianendorpjes. Elk dorp heeft zijn eigen activiteit. Weven, breien, houtbewerken, hoeden maken enzovoort. Interessant om te zien en de informatie te horen. Het leerdorp valt mij en enkele anderen tegen. Alleen een lange straat met leerwinkels. We duiken dus een bar binnen voor een pilsje. ’s Avonds rijden we met de bus naar een restaurantje in de buurt voor het diner met live muziek. Het bandje doet me denken aan de grote steden in Nederland, waar ze ook vaak te horen zijn.

Binnenplaats van de 300 jaar oude Haciënda La Ciénega.
Binnenplaats van de 300 jaar oude Haciënda La Ciénega.
Zondag 27 maart vertrekken we na het ontbijt om 8:30 uur naar de Ranch La Campiña. Na een half uur zijn we ter plaatse en krijgen de liefhebbers een paard toegewezen. Ik kies voor een wandeling en hoop onderweg nog vogels te zien. Ook Bert is van de partij. Samen met Gorge dalen we af naar een prachtig gelegen gehucht. Na een wandeling van zo’n twee en een half uur zijn we terug bij de ranch. Hier wachten we op de paardrijders. Het schijnt een prachtige tocht geweest te zijn. Om één uur zijn we terug bij het hotel voor de lunch. Het is inmiddels kwart over twee, als we naar het plaatsje Lasso rijden. De Pan American Highway ligt onderweg op 4000 meter hoogte. Om half zeven zijn we bij de 300 jaar oude Haciënda La Ciénega op 3200 meter. Voor het diner krijgen we een rondleiding door deze oude haciënda. We gaan niet te laat naar bed, want morgen is het vroeg dag!

Het Vuur van de Andes (Chuquiragua).
Het Vuur van de Andes (Chuquiragua).
Maandag 28 maart, vroeg op en warme kleren mee! Om acht uur vertrekken we naar de Cotopaxi! Na 20 minuten bereiken we de ingang van het Nationale Park Cotopaxi. Van daaraf is het nog ruim een uur met de bus tot de parkeerplaats op 4500 meter hoogte. Er is een mogelijkheid om van de parkeerplaats met de mountainbike naar beneden te fietsen. Je kunt ook naar de berghut op 4800 meter hoogte lopen. Het fietsen leek me niets, daar je geen armen overhoudt en niets ziet onderweg. Onderweg naar boven had ik mooie bloemen zien staan. Het lijkt me aantrekkelijker om naar beneden te lopen. Samen met Ellie loop ik 11 kilometer terug tot een hoogte van 3800 meter. Graag was ik nog verder doorgelopen, maar op deze plek moest op de bus gewacht worden. De plaats voor de picknicklunch zou ons daar gewezen worden. Helaas begint het op de lunchplek aan het meertje Limpiopungo een beetje te regenen. Met een zonnetje zou het een prachtplek geweest zijn! Ik was blij dat ik niet voor $35,- de fiets had genomen, want alle fietsers besloten hier al te stoppen in plaats van de 39 kilometer uit te rijden. Om tien over half twee vertrekken we richting Baños, op een hoogte van 1800 meter. Voor we er zijn, maken we een fotostop met goed zicht op de nog werkende vulkaan Tungurahua, die vlakbij Baños ligt, maar van daaruit niet te zien is. Om kwart voor zes checken we in bij Hotel Hosteria Monte Selva. Vanuit de huisjes tegen de berg gelegen heb je een fantastisch uitzicht over het stadje. ’s Avonds gaan we naar het dichtbij gelegen Café Marianne, waar we een heerlijk kunnen eten.

Eén van de watervalletjes tijdens de mountainbiketour.
Eén van de watervalletjes tijdens de mountainbiketour.
Dinsdag 29 maart zit een mountainbiketour in het programma. Om half acht ontbijten we en aansluitend lopen we naar het bureau, waar onze fietsen klaar staan. De tocht gaat van Baños naar Rio Verde met onderweg een aantal mooie watervallen. Bij één ervan, kun je voor $1 met een kabelbaantje, heen en terug over rivier en waterval. Na een tocht van 20 kilometer bereiken we Rio Verde, waar ook geluncht zal worden. Voor de lunch loop ik ruim een kwartier naar beneden om de grootste waterval te bewonderen. Vanaf een hangbruggetje heb je goed uitzicht op de Pailón del Diablo. Er mogen niet meer dan vijf man tegelijk op het bruggetje, dus even geduld. De weg terug duurt wat langer, maar dan staat er wel een heerlijke vislunch op je te wachten. Een enkele niet-fietser is met de "Bus" gekomen. Na de lunch stappen we allemaal in de tot bus omgebouwde vrachtwagen, die ons keurig tegen drie uur bij het hotel aflevert. Ruimschoots gelegenheid om een internetcafé op te zoeken en een kopje koffie te drinken. ’s Avonds gaan Coby en ik weer naar Café Marianne voor het diner.

Woensdag 30 maart betekent een optionele excursie naar de jungle! Laten mijn ingewanden nu net niet op de juiste manier functioneren. Pech, zou je zeggen, voor iemand, die gek op de jungle is! De twee maal twee en een half uur rijden, wilde ik niet gokken. Gelukkig had ik toch al een beetje twijfels over de grootte van de wildernisclub. Zou je zo nog vogels te zien krijgen? ’s Morgens dus maar een beetje in de buurt van het hotel gebleven en daar naar vogels gespeurd in de enorme hoteltuin. ’s Middags gaat het al weer beter en met de achterblijvers wordt heerlijke Cappuccino met Notencake genuttigd. Het wordt dus een behoorlijk lui dagje. Later horen we van de jungle-gangers, dat het een prachtige tocht was geweest, maar lange heen- en terugrit. Helaas moet ik jullie het verhaal schuldig blijven.

Zéér fleurige kleding in Guamote.
Zéér fleurige kleding in Guamote.
Donderdag 31 maart. Vroeg opstaan en om zeven uur, als de koffers al gepakt zijn, lopend naar het broodjes restaurant Rico Pan in het centrum van Baños. Na het voortreffelijke ontbijt stappen we om kwart over acht in de bus. We rijden via Ambato naar Riobamba. De andere weg is afgesloten, door de uitbarsting van de vulkaan Tungurahua in 1999! Vlak voor Riobamba hebben we een korte stop en rijden nog een uurtje door naar Guamote. Hier bevindt zich de meest authentieke markt van Ecuador en veel minder toeristisch, dan die in Otavalo. Voor we naar de markt gaan, bezoeken we eerst het Belgische project Inti Sisa, waar van alles voor de lokale bevolking gedaan wordt. Zo wordt er computerles en naailes gegeven. Ook is er kinderopvang en ze zijn net begonnen met muziekles. Helaas is er op dit moment niet zoveel activiteit en na rondleiding en een kopje koffie vertrekken we naar de markt. We lopen wat over de markt, waar vooral fruit en dieren worden verhandeld. Opvallend is de fel gekleurde kleding, die de Indianen hier dragen. Het geheel levert dan ook fleurige kiekjes op. Even buiten Guamote hebben we een uitgebreide picknick, door Evelien en Gorge voorbereid. Het smaakt goed en het uitzicht over het stadje is fantastisch, helaas laat het weer ons een beetje in de steek. Na deze late lunch rijden we weer naar Riobamba. We krijgen hier tijd om te winkelen. Niet geheel mijn hobby, maar ik tref het, want wegens het 25 jarig bestaan van een school, worden we getrakteerd op een heel lange feestelijke stoet met dansende schoolkinderen! Om kwart over vijf is het nog een klein eindje rijden naar ons hotel Hosteria Eltroje. Om half acht eten we in het hotel.

De Autoferro (Ferrocarril) is een bus op rails.
De Autoferro (Ferrocarril) is een bus op rails.
Vrijdag 1 april gaan we een bijzondere treinreis maken. Om acht uur vertrekt de bus naar Alausí, waar we op tijd moeten zijn, voor een goed plaatsje op het dak van de boemeltrein! (Enkele weken eerder zagen we toevallig thuis een reportage over hetzelfde traject in het programma "Rail Away". Een spectaculaire rit!) Voor $1 huren we een kussentje en plaatsen ons op het dak van de trein. Om elf uur verlaten we Alausí. Eerst dalen we langzaam rijdend, vrij snel af, maar bij de Duivelsneus wordt het te steil. Hier gaat de trein beurtelings vooruit en achteruit, zigzaggend naar beneden. Na een uurtje bereiken we het gehucht Sibambe. Dit is het eindpunt van de reis. Verderop is de rails in 1997 verwoest door El Niño. We mogen even wandelen. Er wordt wat geladen en gelost en de dieselloc wordt via een zijspoor naar de andere kant van de trein gereden om ons weer omhoog te trekken. We zijn nog maar net op weg, of we staan met een klap stil! De loc is ontspoord! Gelukkig had men daar al ervaring mee, want na een kwartiertje stond de loc weer op de rails! Helaas hebben we voor de verdere reis regenjassen nodig. Met niet al te veel vertraging zijn we om 13:15 uur terug op het station van Alausí. Voor we de bus in moeten hebben we nog tijd voor een eenvoudige lunch. Wij duiken even in de stationsrestauratie tussen de inheemse bevolking. Om twee uur rijden we weer richting Riobamba. Onderweg stoppen we bij het oudste kerkje van Ecuador, dat stamt uit 1534. We rijden verder en om half zes komen we aan bij ons hotel. Voor het diner nog tijd voor een pilsje en wat vogelen in de buurt. ’s Avonds worden we bij het licht en de warmte van een vuurkorf, getrakteerd op Zuid-Amerikaanse muziek.

Op de veemarkt van Riobamba.
Op de veemarkt van Riobamba.
Zaterdag 2 april nemen we na het ontbijt afscheid van enkele reisgenoten, die de 20 daagse rondreis hebben geboekt. Zij gaan door naar Cuenca en wij terug naar Quito. Voor we uit elkaar gaan, maakt de nieuwe reisleidster met de partij camera’s, die naast haar ligt, een groot aantal groepsfoto’s. Om 8:50 uur rijden we met Evelien richting Quito. Al na tien minuten stoppen we bij de zaterdagse veemarkt van Riobamba. We lopen een kwartiertje rond en stappen dan weer in de bus. Na de gebruikelijke koffiestop rijden we naar Ambato voor een bezoek aan een "snackbar". Hier mogen we een stukje delicatesse van Ecuador proeven! In Ecuador heet het "Cuy". Wij noemen het Cavia. Om 12:45 uur gebruiken we de lunch in Café de la Vaca. Alles in zwart-witte koe-vlekken beschilderd. Om half vijf zijn we bij Hotel Reina Isabel in Quito, waar de reis begon. Ruimschoots gelegenheid om geld te pinnen, een kopje koffie te drinken en een internetcafé te bezoeken. Na het diner gaan we op tijd naar bed, want morgen is het weer vroeg dag.

Gezicht op Guayaquil.
Gezicht op Guayaquil, waar we een tussenlanding maken.
Zondag 3 april betekent het einde van de rondreis door Ecuador, maar het begin van een nieuw avontuur! Een lang gekoesterde wens van me is een bezoek aan de Galápagos Eilanden. Na koffers pakken en ontbijt, volgt de transfer naar het vliegveld Mariscal Sucre van Quito. Het is maar een kwartiertje rijden. De bagage wordt gecheckt op fruit en andere zaken. Om kwart over negen gaan we aan boord van de Airbus A-320 en 20 minuten later vertrekken we. We vliegen een half uur om, want we maken een stop in Guayaquil. De eilanden liggen zo’n 1000 km uit de kust, wat neer komt op een uur en drie kwartier vliegen. Bij aankomst op het vliegveldje van het eiland Baltra, moet de klok een uur teruggezet worden. De bagage wordt weer uitgebreid door honden besnuffeld en uiteindelijk vrijgegeven. We zoeken onze koffers en lopen met Louis, onze gids voor de cruise, naar een gereedstaande bus. Na een korte rit gaan de koffers uit de bus in een klein motorbootje, dat ons naar de Rumba brengt. Het is een klein motorjacht, met plaats voor tien gasten. Wij krijgen een piepkleine, maar leuke hut aan dek, toegewezen. Het gezelschap is behoorlijk internationaal. Australië, Ierland, Zwitserland, U.S.A. en Nederland. Wel allemaal Engels sprekend. Bijna direct wordt de lunch opgediend. We varen naar Playa las Bachas op het nabij gelegen Isla Santa Kruz. Even na half drie volgt een "wet landing". We raken niet uitgekeken op de prachtig rood gekleurde krabben, de zwarte Zeeleguanen en de vogels. In de lucht zweven de prachtige, prehistorisch aandoende Fregatvogels. Heerlijk om nu een digitale camera te bezitten. Je kunt maar raak schieten en de beste behouden! Aan het eind van de middag varen we weer terug naar de Rumba. Voor het diner krijgen we eerst een briefing over het programma van de volgende dag. Drankjes kun je zelf pakken en noteren. Die worden aan het einde van de cruise afgerekend. Schommelend in ons bed, onderweg naar het volgende eiland, verwerken we de indrukken van de eerste middag.

Landleguaan op Plaza Sur.
Landleguaan op Plaza Sur.
Maandag 4 april liggen we voor het eiland Isla Plaza-Sur. Om kwart voor acht kunnen we met een dry landing aan land. Fantastisch om tussen de onverstoorbaar luierende Zeeleeuwen te lopen. We krijgen erg veel vogels te zien. Te veel om hier op te noemen. Ook de Zeeleguanen zijn van de partij. De Landleguaan kan zich in deze droogte ook goed redden. Kleiner, maar zeker niet minder fraai zijn de Lavahagedissen, met hun rode wangen en keel. Over de gemarkeerde paadjes, waar je beslist niet af mag, lopen we door de Cactusbossen terug. Om 9:40 uur zijn we weer op de Rumba en varen naar Isla Santa Fe (Barrington). De meeste eilanden hebben een Engelse en een Spaanse naam. Om half één lunchen we in een rustige baai van het Eiland Santa Fe. Aansluitend is het tijd om te snorkelen tussen de Zeeleeuwen. De uitrusting is aan boord en gelukkig is het water niet al te koud. Erg leuk om tussen die nieuwsgierige beesten te zwemmen. Om 15:40 uur hebben we weer een wet landing op het strand tussen de Zeeleeuwen. Kom je iets te dichtbij, dan snauwen ze even in je richting en gaan verder met hun zonnebad. Interessant om te zien dat de Leguanen er op ieder eiland vaak net weer even anders uit zien. Om half zes keren we terug naar de Rumba en volgen de dagelijkse briefing en het diner. Na het diner is het zeven uur varen naar Isla Española (Hood).

Baltsende Blauwvoetgents op Española.
Baltsende Blauwvoetgents op Española.
Dinsdag 5 april hebben we om kwart voor acht een dry landing op Punta Suarez. Er volgt een wandeling van ruim twee en een half uur, waar weer erg veel te zien is. Heel opvallend zijn de baltsende Blauwvoetgents, die zich niets van onze aanwezigheid aantrekken. De Zeeleguanen zijn hier roodgekleurd, alsof ze te lang in de zon gelegen hebben. We zijn onderweg naar de "Blow Hole". Daar zit een holte onder de lava, waar de golven met grote kracht het zeewater inpersen, wat resulteert in een enorme geiser. Van bovenaf heb je er een prachtig gezicht op. We lopen terug tussen de Maskergents, op zoek naar Albatrossen. Het zijn er helaas niet al te veel, maar ééntje zit net dicht genoeg bij het pad voor een foto. Om half elf gaan we terug naar het schip en vertrekken naar Gardner Bay. Om 12:30 uur eerst de lunch en dan weer een tijdje snorkelen. Na een wet landing zijn we op het strand, waar liefhebbers kunnen zwemmen en zonnebaden. Mijn voorkeur gaat zoals gewoonlijk uit naar wandelen. De bordjes geven het wel aan als je niet verder mag. Soms heb je de neiging de dieren aan te raken, maar dat is absoluut verboden. Om kwart voor zes gaan we terug naar de boot. Met fototoestel en pilsje geniet ik van de vele Bruine Pelikanen om en vaak op de Rumba. Na briefing en diner, verlaten we om acht uur Española en varen richting Isla Floreana (Santa Maria).

Bruine Pelikanen rond onze boot.
Bruine Pelikanen rond onze boot.
Woensdag 6 april lopen we om half acht na een wet landing op het strand van "Post Office Bay", naar de postbus. Vroeger brachten en haalden de schepen hun post op deze plaats. Ook wij kijken de stapel post door en verscheidene brieven worden meegenomen om thuis te bezorgen. We lopen verder, stoppen even bij de overblijfselen van een Noorse nederzetting uit 1926 en komen aan bij de ingang van de lavatunnel. Via een trap daal je af in de tunnel, waar een zaklantaarn onontbeerlijk is. Ik loop even naar beneden, maar kies voor een kleine wandeling boven om vogels en eventuele reptielen te zoeken. Er is echter weinig te beleven. Om negen uur zijn we terug op de boot en varen in een half uur naar Punta Cormorant. Weer een wet landing. Vanaf het strand lopen we naar de lagune, waar Flamingo’s en andere waadvogels te zien zijn. Er loopt een paadje om de lagune heen met meerdere uitzichtpunten. We kunnen ze dan ook van vrij dichtbij bekijken. Even verder komen we op een ander strand, waar verscheidene Stekelroggen zich opwarmen in het ondiepe water. We lopen hetzelfde pad terug en zijn om elf uur aan boord. Het is snorkeltijd! Na tien minuten met het kleine bootje komen we bij Corona del Diablo (Duivelskroon). Een uit zee oprijzende oude vulkaankrater. Heerlijk om hier te snorkelen! Af en toe een zeehond en op de bodem diverse Witpuntrifhaaien! We zwemmen om het eilandje heen en na een uur zoeken we de Rumba weer op. Even aankleden en de lunch staat voor ons klaar. Om 13:00 uur vertrekken we naar Puerta Ayora op Isla Santa Kruz. Na vijf uur varen liggen we in het overvolle haventje. Na het diner zitten we op het dek te kijken naar de bootjes die af en aan varen.

Donderdag 7 april om 6:00 uur op, koffers pakken, ontbijten en om half acht aan land. Voor we naar het vliegveldje gaan, staat eerst nog een bezoek aan het Charles Darwin Research Station op het programma. Om niet al te veel tijd te verliezen, nemen we een taxi. Gelukkig hebben we genoeg tijd om de verschillende ondersoorten van de Schildpadden en andere bewijzen van de evolutietheorie te bekijken. Aan de vorm van het geëvalueerde schild kun je bijvoorbeeld zien of een Schildpad van een eiland met lage of met hogere begroeiing komt. Om 9:20 uur nemen we een taxi terug naar het busstation aan de haven. Een bus brengt ons dwars over het eiland Santa Kruz naar de veerpond. Na een korte oversteek is het nog een klein stukje naar het vliegveld. We doden de tijd met wat koffie en een pilsje, want verder is er weinig te zien. Om 12:50 uur vertrekt onze Airbus A-320 richting Guayaquil, waar we ruim anderhalf uur later landen. Als we uitstappen hoost het van de regen! Per stel krijgen we een grote paraplu uitgereikt om droog in de hal aan te komen. Samen met Elly en Bert, die dezelfde tocht maakten op een ander schip, stappen we in het shuttlebusje, dat ons naar Grand Hotel Guayaquil brengt. Met de klok weer een uur vooruit, zijn we om half vijf op onze kamer. Daar tijdens de vliegreis mijn darmen danig in de war zijn geraakt, besluit ik maar niet te dineren. Coby heeft wel gezelschap van onze reisgenoten. Vanavond maar vroeg naar bed, want morgen volgt een lange reis.

We maken een tussenlanding op Bonaire.
We maken een tussenlanding op Bonaire.
Vrijdag 8 april staan we om 3:15 uur op en zitten om 4:00 uur in een taxi, die ons in vliegende vaart, ongeveer alle verkeersregels negerend, een kwartiertje later op het vliegveld afzet. We zijn ruim op tijd, want ons vliegtuig zal om 7:10 uur vertrekken. Veel winkels zijn er niet, dus tijd voor een kop koffie en wachten maar. Uiteindelijk vertrekt onze Mc Donnell Douglas MD11 van de KLM een half uur te laat richting Quito. Ongeveer 30 minuten later mogen we in Quito drie kwartier onze benen strekken. Tegen half tien zijn we onderweg naar Bonaire. Hier moeten we allemaal het vliegtuig uit met de handbagage, die uitgebreid gecheckt wordt. We ontmoeten in de hal enkele reisgenoten, die een verlenging op Bonaire boekten. Ruimschoots gelegenheid om onder het genot van een drankje bij te praten. Tegen half drie begint de negen uur durende vlucht naar Amsterdam. Er moet wat geslapen worden want de aankomsttijd is Zaterdag 9 april om 5:00 uur! De juiste landingstijd is me even ontgaan, maar er staan me geen vertragingen bij. Voor je de bagage hebt. Is het zomaar een half uur later. We nemen afscheid van onze reisgenoten en passeren zonder kleerscheuren de douane. In de aankomsthal is mijn vriend Udo Hasewinkel reeds gearriveerd, die ons keurig thuis in Zeist aflevert. Zowel de rondreis door Ecuador, als de Galápagos Cruise bezorgden ons een onvergetelijke reis!

Nu volgt alleen nog de vogellijst, maar je kunt ook direct naar de fotoalbums!

Uit onderstaande lijst blijkt duidelijk, dat ik de meeste vogels gezien heb in de lager gelegen gebieden van Ecuador. Puerto Quito ligt op zo’n 550 meter en komt dan ook veelvuldig voor. De rest van de gebieden in Ecuador ligt beduidend hoger. Op de verschillende eilanden van de Galápagos is het een echt "Paradijs" voor vogels en andere dieren.

SoortnamenRegionamen
Galápagosalbatros (Diomedea irrorata)Española
Grauwe Pijlstormvogel (Puffinus griseus)Plaza Sur, Santa Fe
Humboldts Stormvogeltje (Oceanodroma markhami)Santa Cruz
Sierlijk Stormvogeltje (Oceanites gracilis)Plaza Sur, Española
Galápagosstormvogeltje (Oceanodroma tethys)Floreana
Galápagospinguin (Spheniscus mendiculus)Floreana
Roodsnavelkeerkringvogel (Phaethon aethereus)Plaza Sur
Blauwvoetgent (Sula nebouxii)Plaza Sur, Española
Maskergent (Sula dactilatra)Plaza Sur, Española
Bruine Pelikaan (Pelecanus occidentalis)Santa Cruz, Española
Amerikaanse Fregatvogel (Fregata magnificens)Santa Cruz, Española
Grote Zilverreiger (Ardea alba)Guayaquil
Koereiger (Bubulcus ibis)Otavalo, Guayaquil
Geelkruinkwak (Nyctanassa Violacea)Española
Galápagosreiger (Butorides sundevalli)Santa Cruz
Rode Flamingo (Phoenicopterus ruber)Santa Cruz, Floreana
Bahamapijlstaart (Anas bahamensis)Floreana
Zwarte Gier (Coragyps atratus)Puerto Quito
Roodkopgier (Cathartes aura)Baños
Zwaluwstaartwouw (Elanoides forficatus)Puerto Quito
Grijskopwouw (Leptodon cayanensis)Puerto Quito
Galápagosbuizerd (Buteo galapagoensis)Española
Punakoet (Fulica ardesiaca)Otavalo (Cuicocha)
Reuzenkoet (Fulica gigantea)Cotopaxi NP
Amerikaanse Bonte Scholekster (Haematopus palliatus)Española
Amerikaanse Steltkluut (Himantopus mexicanus)Santa Cruz, Floreana
Amerikaanse Grijze Ruiter (Heteroscelus incanus)Española, Floreana
Steenloper (Arenaria interpres)Santa Cruz, Plaza Sur, Floreana
Amerikaanse Oeverloper (Actitis macularia)Floreana
Drieteenstrandloper (Calidris alba)Santa Cruz, Floreana
Andessnip (Gallinago jamesoni)Cotopaxi NP
Lavameeuw (Larus fuliginosus)Plaza Sur
Zwaluwstaartmeeuw (Larus furcatus)Plaza Sur
Andesmeeuw (Larus serranus)Cotopaxi NP
Peruaanse Steenduif (Columbina cruziana)Baños, Riobamba
Geoorde Treurduif (Zenaida auriculata)Quito, Baños
Galápagostreurduif (Zenaida galapagoensis)Española
Rotsduif (Columba livia)Riobamba
Kleine Ani (Crotophaga ani)Puerto Quito, Otavalo (Cuicocha)
Goulds' Violetoorkolibrie (Colibri coruscans)Puerto Quito, Baños
Ecuadoraanse Bergnimf (Oreotrochilus chimborazo)Cotopaxi NP
Roodstaartamazilia (Amazilia tzacatl)Puerto Quito
Groenbandgrondspecht (Colaptes melanochloros)Puerto Quito
Streepkopmuisspecht (Lepidocolaptes souleyetii)Puerto Quito
Bleekpootovenvogel (Furnarius leucopus)Puerto Quito
Maskerwatertiran (Fluvicola nengata)Puerto Quito
Kleine Kiskadie (Pitangus lictor)Puerto Quito
Rode Tiran (Pyrocephalus rubinus)Riobamba
Galápagostiran (Myiarchus magnirostris)Floreana
Tropische Koningstiran (Tyrannus melancholicus)Baños
Blauw-witte Zwaluw (Notiochelidon cyanoleuca)Riobamba
Reuzenlijster (Turdus fuscater)Quito, Otavalo, Cotopaxi NP, Baños
Galápagosspotlijster (Nesomimus parvulus)Santa Fe
Gele Zanger (Dendroica petechia)Santa Cruz, Plaza Sur, Española, Floreana
Zwartmaskertangare (Ramphocelus nigrogularis)Otavalo
Vuurrugtangare (Ramphocelus flammigerus)Puerto Quito
Bisschopstangare (Thraupis episcopus)Puerto Quito
Spegeltroepiaal (Icterus graceannae)Riobamba
Charles' Boomvink (Camarhynchus pauper)Floreana
Grote Grondvink (Geospiza magnirostris)Española
Middelste Grondvink (Geospiza fortis)Plaza Sur, Española
Kleine Grondvink (Geospiza fuliginosa)Baltra
Cactusgrondvink (Geospiza scandens)Plaza Sur
Roodkraaggors (Zonotrichia capensis)Quito, Puerto Quito, Otavalo, Cotopaxi NP, Baños
Dikbekgors (Sporophila americana)Puerto Quito
Oropendola (Psarocolius)Puerto Quito
Geelstuitbuidelspreeuw (Cacicus cela)Puerto Quito


PREV
HOME
TOP
NEXT